SNT-Visie algemeen
Als instelling voor volwassenenonderwijs, erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, hebben wij de plicht onze taak volgens de decreten en doelstellingen, geformuleerd door diezelfde Vlaamse Gemeenschap, zo efficiënt mogelijk uit te voeren. In tegenstelling tot commerciële dienstverleners streven wij geen winstbejag na. Dit neemt niet weg dat wij geen goed ondernemerschap zouden nastreven. Het is onze ambitie een klantvriendelijke en performante onderwijsinstelling te zijn. Het multidisciplinair karakter van ons onderwijs steekt in onze passie, emotie, gedrevenheid om leerstof over te brengen, in het hele team dat ons centrum draagt. Het heeft verschillende dimensies: we zijn innovatief, we reageren alert tegenover de concurrentie, we reageren snel en gepast op de ontwikkelingen en noden bij de cursistenpopulatie, we ontwikkelen proactief nieuwe methodes, we geven autonomie aan onze enthousiaste personeelsleden om ondernemende projecten te ontwikkelen en last but not least we zijn bereid energie te steken in projecten waarvan vooraf de slaagkans niet altijd gegarandeerd is. Enerzijds willen we met creativiteit, flexibiliteit en maximaal aanpassingsvermogen zoveel mogelijk inspelen op veranderende factoren, anderzijds houden we vast aan getoetste modellen, procedures en voorschriften omdat middelen en kennis optimaal moeten geëxploiteerd worden.
Cursisten kansen en ontplooiingsmogelijkheden geven en helpen als het nodig is, structuur aanbieden en samen constructief bouwen aan het verwerven van de gewenste kennis en vaardigheden, is onze hoofdbetrachting. Als team zijn wij daarom sociaal, communicatief, positief en constructief ingesteld. Het slagen van de cursist is ook ons resultaat en maakt ons gelukkig. Dit veronderstelt zowel van het SNT-team als van de cursist het aanvaarden van een aantal basiswaarden: openheid en eerlijkheid, respect voor elkaar, een duidelijk engagement, een positieve drive, continue verbetering nastreven en bovenal genieten van de samenwerking.
De laatste decennia is het volwassenenonderwijs geëvolueerd van een functioneel, doelgericht onderwijssysteem met het oog op een beroepspromotie, tot een sociaal gegeven van levenslang en levensbreed leren (LLL). Uit intern onderzoek blijkt dat nauwelijks 20% uit beroepsgerichte overwegingen een cursus volgt. Dat betekent dat 80% komt vanuit het LLL. Ook al benadrukt de overheid het belang van LLL, ze wist nog niet de eigen doelstellingen van deze grote groep verhoudingsgewijs gepast te vertalen naar haar eigen leerdoelstellingen. Dat houdt in dat wij als centrum vaak genoodzaakt blijven de doelstellingen van beide groepen samen te realiseren. Waar mogelijk bieden wij in ons streven naar een optimale performantie zelf een oplossing aan door een gericht doelgroepenbeleid. Bovendien wil SNT een laagdrempelige onderwijsinstelling voor iedereen zijn, die permanente vorming aanbiedt tegen democratische prijzen.
Binnen de ons toegekende studiegebieden willen wij een zo ruim mogelijk aanbod brengen rekening houdend met onze visie. Bijzondere aandacht gaat naar een uitgebalanceerd aanbod van dag- en avondcursussen voor elke opleiding. Opleidingen worden modulair of lineair aangeboden, echter steeds in hun geheel en niet fragmentarisch. Dit houdt in dat wij ons onthouden van kortlopende of door hypes aangestuurde cursussen. Organisaties en individuen kunnen hun keuze maken uit ons ruime aanbod. Cursussen op maat of doelgroepengericht horen in ons aanbod thuis voor zover zij organiek en gesubsidieerd kunnen worden georganiseerd.
In een maatschappij waar vooral het multimediale aspect een steeds grotere rol begint te spelen, kan het niet anders dan dat ook onderwijs mee moet met de stroom. Aan SNT geloven we in een innovatieve aanpak, mee met de tijd en inspelend op de vraag, zolang het de cursussen ten goede komt en een meerwaarde kan betekenen in ons aanbod. We vinden het belangrijk te investeren in nieuwe onderwijsvormen. Waar vroegere hulpmiddelen, taallabo, audiocassette, video, ... de aanblik van het lesgeven zichtbaar wijzigden, zo zijn we er ons van bewust dat ook ICT op een adequate manier dient ingepast in ons volwassenenonderwijs. Dit veranderingsproces willen we zowel voor leerkracht als cursist begeleiden en ondersteunen. Zo zijn we de voorbije jaren erin geslaagd via diverse projecten een gedegen ervaring met afstandsleren op te bouwen. Die willen we nu op een pedagogisch verantwoorde manier optimaal valoriseren door middel van gecombineerd onderwijs via een eigen digitaal leerplatform. De informatiemaatschappij, het levenslang en levensbreed leren, de "gebruiksvriendelijke" technologisering van het dagelijks leven zijn voor de jongeren van vandaag een evidentie, onze doorsnee 40-plusser cursist ziet het nog vaak als een bedreiging eerder dan een zegen. Het gedeelte afstandsleren binnen het gecombineerd onderwijs beschouwen we naast een extra dienstverlening als een ondersteuning, aanvulling en verrijking van ons contactonderwijs. Het maakt het flexibeler en individueler, en stimuleert het zelfstandig leren. Zijdelings zal dit ook bijdragen tot het aanleren, onderhouden en versterken van ICT-vaardigheden voor zowel leerkrachten als cursisten. Vaardigheden die hen ook op domeinen ver buiten het gekozen leergebied van pas zullen komen. We menen dat de maatschappelijke context intussen voldoende geëvolueerd is en de noodzakelijke voorwaarden aanwezig zijn om het gecombineerd onderwijs op een veralgemeende basis in te voeren, daar waar we ons vroeger dienden te beperken tot kleine nichegroepen of individuen met zeer eigen eisen. Uiteraard willen we met het gecombineerd onderwijs deze specifieke doelgroepen blijven bereiken. Bovendien reikt het ons een blijvende oplossing aan om vakken die niet ‘populair’ zijn, doch waarvoor we reeds heel wat expertise in huis hebben die we niet wensen verloren te laten gaan, toch aan te bieden.
Ons competitief voordeel halen we uit de kracht van de emotionele uitstraling van SNT als Centrum voor Volwassenenonderwijs in de wijde Brugse regio. We hechten veel belang aan extra-muros activiteiten en bijdrages die aansluitend op de opleiding inspelen op de sociale leefwereld van de cursist. De SNT-leerkracht is meer dan een gemotiveerd iemand die lesgeeft, hij heeft ook oog voor sociale en culturele aspecten.
SNT bouwt haar reputatie op een stevig individueel en collectief engagement, een sfeer van vriendelijkheid en optimisme, een permanent streven naar creatieve ideeën en naar elke mogelijke verbetering.
SNT-visie op vreemde talenonderwijs
Waarom komen onze cursisten talen volgen. Een enkeling doet het als "hobby", als denksport. Maar de meesten omdat ze "hun plan willen trekken" op vakantie, omdat ze willen kunnen communiceren met de schoonfamilie en vrienden van hun kinderen die in het buitenland wonen, omdat ze op hun werk vaak te maken krijgen met buitenlandse handelspartners (die helaas vaak niet meertalig zijn), omdat ze verslingerd zijn op het land en/of de cultuur van de doeltaal en er steevast willen naar terugkeren!
Talenonderwijs voor volwassenen is in de eerste plaats praktisch gericht, dit is op het gebruik van de taal. Voor de overgrote meerderheid moet onze cursus vanaf het eerste uur nuttig, bruikbaar en communicatiegericht zijn. Het materiaal dat aangereikt wordt en de methode die toegepast wordt, moeten hen toelaten vrij snel autonoom te functioneren in de doeltaal. We opteren daarom voor handboeken en cursussen die de functioneel communicatieve methode hanteren. Via het gericht beluisteren en lezen van diverse taaldocumenten, via (globale) simulaties (mondeling en schriftelijk) worden de gepaste taalhandelingen aangeleerd en uitgevoerd. Op die manier willen we het traditionele luik "woordenschat" steeds aanbrengen in een functionele context en het aanwenden als onderwerp in het communicatief gebeuren. We willen ons afstemmen op het gebruik van de taal en niet op literatuur of kurkdroge grammatica.
We proberen de cursisten de juiste methodes aan te leren om efficiënt (relevante informatie onderscheiden van details) en snel een authentiek document mondeling en/of schriftelijk te begrijpen. Met de simulaties willen we helpen de drempelvrees te overwinnen, de spreekdurf te stimuleren en zo goed als mogelijk een reële situatie in de klas na te bootsen. Het mag best ook eens leuk zijn: grappige situaties imiteren, taalspelletjes, enz…maken de les zoveel aangenamer!
Het mag echter nooit de bedoeling zijn dat de beoogde vlotheid en spreekdurf ten koste gaan van een andere fundamentele pijler van de talenstudie: grammatica. Hoe stiefmoederlijk dit onontbeerlijke basiselement vaak in de huidige communicatieve methode wordt behandeld – regels worden fragmentarisch en onvolledig aangebracht in een grammaticaal compendium op het einde van het handboek - de SNT-cursisten houden van accuraatheid, volledigheid, duidelijkheid en structurele overzichtelijkheid! De oudere generatie werd immers in hun jeugd meestal traditioneel taalkundig geschoold en ziet de waarde ervan in; de jongere generatie genoot lessen waarbij grammatica een te mijden taboe was en volgt nu les omdat een degelijke basis ontbreekt. Daarom zal de SNT-leerkracht de grammaticale schema’s van het boek meestal behoorlijk bijwerken (aanvullen) en extra oefeningen inlassen. Voor alle duidelijkheid: het is niet de bedoeling de cursisten het leven zuur te maken met allerlei grammaticale fiorituurtjes, maar wel hen een houvast en een concreet antwoord te geven op hun zeer frequente vragen:”Waarom zegt men dat zo?,” “Waarom staat dat hier zo?”
Een derde belangrijk aspect van het SNT-vreemde-talenonderwijs is dat we de cursisten van bij het begin in contact willen brengen met de cultuur (in een zeer brede betekenis) van de doeltaal. Een eerste globale kennismaking met de media van de doeltaal, een inleiding in de geografische structuur en de administratieve organisatie van het land, kunnen op elk niveau aangebracht worden. Maar wie Italiaans geeft aan beginnelingen kan evengoed samen met de cursist de schitterende Italiaanse keuken ontdekken en uitleggen hoe een Italiaanse maaltijd in elkaar zit. Bij de gevorderden laten we de belangrijkste auteurs uit de literatuur van de doeltaal niet onopgemerkt voorbijgaan. Toch wordt geen literatuurstudie tot doel gesteld. We willen enkel een niet onbelangrijk stukje cultuur bij de cursist introduceren en een mogelijke aanzet geven tot lezen. Ook film, toneel en de vele mogelijkheden van internet, kunnen aan bod komen. Sociolinguïstische varianten en taalidiomen krijgen, naarmate de kennis van de doeltaal toeneemt, meer aandacht. Dit is slechts een sterk veralgemeende greep uit het aanbod van de onderwerpen in het zeer brede veld van het vreemde talenonderwijs.
Waar mogelijk, proberen we uiteraard de theorie aan de praktijk te toetsen via een excursie of zelfs een schoolreis naar een land van de doeltaal, zoals we nu al verschillende jaren doen met de afdelingen Frans, Italiaans, Engels en Spaans. Zo hopen we via het culturele aspect ons steentje bij te dragen tot een betere integratie en verstandhouding tussen verschillende taal- en cultuurgemeenschappen.
Een geslaagde en hedendaagse cursus vreemde talen is vanzelfsprekend een voortdurende wisselwerking tussen de drie bovenvermelde pijlers: concrete communicatief-functionele taalhandelingen, functionele, toegepaste grammatica en relevante culturele informatie. We streven niet de perfectie na, we willen wel dat iedere cursist op het taalniveau dat hij heeft bereikt, in functie van zijn capaciteiten, leeftijd en voorkennis, een voldoende vlotheid en accuraatheid in de doeltaal aanleert. Omdat het onze overtuiging is dat het gebruik van multimedia kan helpen deze doelstellingen te bereiken, wordt het aan SNT in het lessenpakket geïntegreerd. Een mooi voorbeeld daarvan is het gecombineerd onderwijs dat ondertussen zeker al zijn nut bewezen heeft. Dergelijke nieuwe onderwijsvormen worden echter enkel ingevoerd na een grondige studie en voorbereiding, en indien de meerwaarde duidelijk is (zie ook boven).
Een cursist die dit up-to-date model in een boeiend en leuk kleedje aangeboden krijgt, zal een tevreden cursist zijn ... en daar streven we in SNT allemaal naar!
SNT-visie informaticaonderwijs
De SNT-hoofdbetrachtingen met betrekking tot haar informaticaonderwijs zijn:
-
de informatica voor iedereen toegankelijk maken - computeralfabetisering - zowel door het aanleren van attitudes, als het wegnemen van de drempelvrees, als het eigen maken van de praktische kennis;
-
de reeds aanwezige informaticakennis en -vaardigheden bijschaven in functie van de snel evoluerende informaticawereld en stimuleren tot zelfstandige, levenslange bijscholing;
-
gespecialiseerde informaticacursussen aanbieden aan mensen met meer dan gemiddelde informaticatalenten om hen verder te vormen tot stuwende krachten in de informaticaontwikkeling.
De uiteenlopende motivaties van de cursisten nopen ons ertoe een gevarieerd en up-to-date aanbod te brengen. Daar waar initiatiecursussen de drempel tot de informaticawereld moeten wegnemen voor hen die niet of nauwelijks met de materie vertrouwd zijn, moeten gevorderde cursussen voldoen aan de behoeften van de (bijna) computerfreaks. Accenten in het cursusaanbod kunnen dus elk jaar, ja zelfs elk semester, wijzigen. Wij betreuren dat de commerciële wereld ook in cyberland de trends bepaalt - eerst was er informatica, dan burotica en nu is het multimedia -, maar wij willen daarom onze cursisten nog niet deze trends onthouden. Toch zullen wij erover waken ons algemeen cursusaanbod niet te verarmen.
Ons informaticaonderwijs kadert in het algemene beleid van levenslang en levensbreed leren. De bijscholing via volwassenenonderwijs is dus velerlei. Dit kan zowel op puur persoonlijk vlak. Het leren omgaan met een PC, Internet, een tekstverwerkingspakket … om niet hopeloos achterop te geraken in onze informatiemaatschappij. Het kan ook op professioneel vlak. De nieuw opgedane ervaringen en vaardigheden toepassen op de werkvloer. Maar de bijscholing heeft ook een maatschappelijke en sociale functie. Sowieso gaat een maatschappij erop vooruit als de burger beter geschoold is. Sociaal gezien kan bijscholing losweken uit de dagelijkse sleur of het isolement. Het laat de burger toe zich beter te integreren of in elk geval niet weg te kwijnen in de race langs de informatiesnelweg. Men ontmoet nieuwe mensen, nieuwe ideeën, en ook dit draagt bij tot een positievere en geestelijk gezondere samenleving. Dit alles tegen een uiterst democratische prijs.
Hoewel informatica zich uitstekend leent voor nieuwe onderwijsvormen zoals e-learning, blijft het contactonderwijs prioritair. Het elkaar stimuleren, het van elkaar leren, het aan elkaar uitleggen, zijn niet te miskennen pedagogische elementen in het onderwijs. Hoe heterogeen de groepen soms mogen zijn samengesteld, het principe dat er in twee hoofden nog altijd meer zit dan in één, blijft te allen tijde overeind. Het SNT-informatica-succes steunt op de sociale ingesteldheid van het centrum. De kennisoverdracht gebeurt in een warm, menselijk contact met de cursist. Ook voor volwassenen geldt dat "al spelend leren" veel succesvoller is dan saaie, droge kennisoverdracht. Wij wensen onze kennis aan te bieden in een opbouwende, weetgierige sfeer zodat het 'moeten komen omdat het nodig is' evolueert naar een 'willen komen omdat het verrijkend is'.
Toch geloven we ook in de meerwaarde van e-learning, afstandsleren en gecombineerd onderwijs. Willen gevorderde cursisten een persoonlijk eindwerk maken (programma schrijven, video of website maken, ...), biedt het gecombineerd onderwijs hen de ideale combinatie: de cursisten werken thuis of op het werk aan hun opdracht, kunnen vragen of problemen doormailen naar de leerkracht, en kunnen tijdens een contactles het eigen werk overlopen en bespreken. Geen onnodige verplaatsingen of tijdverlies en inhoudelijk wordt de leerstof beperkt tot wat de cursist zelf nodig heeft.
Gecombineerd onderwijs zorgt er ook voor dat zeer gespecialiseerde informaticacursussen niet uit het aanbod verdwijnen. Door het zeer beperkt doelpubliek van sommige ervan, is het niet leefbaar al deze cursussen in het klassieke onderwijssysteem in te richten. Dat is bv. vooral zo binnen de programmeertalen. Het gecombineerd onderwijs biedt hier een degelijke en kwalitatieve oplossing.
SNT-visie op Nederlands voor anderstaligen
Een belangrijk uitgangsstandpunt is dat je aan cursisten dat aanbod geeft dat ze nodig hebben om hun doelstellingen te verwezenlijken. Het is een uitgangspunt dat je als vanzelfsprekend in bijna alle publicaties aantreft maar dat in de praktijk allesbehalve te realiseren valt.
Om te beginnen krijg je zelden een groep met dezelfde doelstellingen. Er zijn nu eenmaal mensen die Nederlands willen leren om met hun buren te kunnen praten en boodschappen te doen. Anderen willen hun kinderen helpen bij het maken van hun huiswerk, weer anderen willen verder studeren. En meestal zitten al die cursisten samen in één groep. Het betekent dat we als centrum moeten differentiëren en dus enorm veel taalmateriaal aanbieden en gebruiken.
Het is onze overtuiging dat zo veel mogelijk praktisch moet worden gewerkt. Cursisten die Nederlands leren, doen dat omdat ze die taal echt nodig hebben om dagdagelijks in onze Vlaamse maatschappij, misschien zelfs enger nog, West-Vlaamse gemeenschap, te kunnen functioneren. Het zou dus ideaal zijn als de studenten alles wat ze in de klasomgeving leren, meteen buiten de les kunnen gebruiken. Dat wordt als uitgangspunt genomen voor het inhoudelijk opstellen van de leergangen Nederlands 2de taal.
Concreet wordt in de klas veel authentiek materiaal gebruikt, zowel mondeling als schriftelijk. Voor beginners wordt het materiaal waar nodig aangepast, maar kan ook de opdracht zo worden opgesteld dat die voor de doelgroep toch haalbaar is, al is het materiaal op zich misschien nog te moeilijk. Een goed voorbeeld van deze taalbadformule voor beginners is bvb. het lezen van een hele moeilijke folder van een pretpark en de cursisten laten zoeken naar openingsuren, telefoonnummer edm. Maar het kan ook door via voorbereidende oefeningen het authentieke luister- of leesmateriaal gemakkelijker toegankelijk te maken.
Ook het geven van praktische taaltaken past bij ons uitgangspunt. Opstellen schrijven is dus uit den boze. Wel kleine praktische opgaven: bvb. noteer 5 reclameslogans. Dat geldt niet alleen voor schrijf- maar ook voor spreekopdrachten. We plukken ze uit de realiteit.
Praktisch werken heeft twee kanten: enerzijds bieden we datgene aan wat voor cursisten bruikbaar is, anderzijds moet ook kunnen gewerkt met wat de cursisten van buiten de les zelf aanbrengen. De cursisten worden uitgenodigd vanuit hun belevingswereld in onze Vlaamse gemeenschap moeilijke woorden of zinnen die ze gehoord of gelezen hebben, of situaties waarbij ze geconfronteerd werden met taalproblemen in de les aan te kaarten. Soms leidt dat tot onvoorziene omstandigheden. Vaak komen dan streekgebonden woorden, taalidiomen of dialectwoorden naar boven. Bvb. "een tastje koffie?" voor het aangeleerde "een kopje koffie?". Of wat bedoelt de visboer als hij zegt: "Wa zalt zien, madamtje?"
Het is echter niet evident dat cursisten het geleerde ook daadwerkelijk buiten de les gebruiken. We moeten de cursisten te allen tijde stimuleren dit wel te doen. Dit kan best door in alle situaties, binnen en buiten het kader van de les, het Nederlands te gebruiken. Cursisten beklagen er zich wel eens over dat in onze toeristische stad Brugge nagenoeg iedereen onmiddellijk overschakelt naar Frans of Engels van zodra ze een vreemd accent horen.
Ook hier kunnen praktische opdrachten stimulerend werken bvb.: ga iemand interviewen over zijn hobby's, lievelingseten, ... Dat kan zelfs worden uitgebreid met leesopdrachten: bvb. ga eens langs bij de dokter en kijk wat er op het bord staat op zijn/haar deur of ga naar de supermarkt en noteer de prijzen van de appelen en peren en ga na wat er in promotie staat.
De praktische werkwijze komt ook tot uiting in de grammaticalessen. Grammatica blijft een belangrijke ondersteunde bouwsteen van de taal. Toch hoeft dit niet te leiden tot saaie, weinig bruikbare lessen. Grammatica wordt gegeven in een functionele context en moet leuk zijn. Grammatica verbinden met de realiteit, dat is de kunst. Een goed voorbeeld is de trappen van vergelijking. Geen driloefeningen om enkel te vorm correct te krijgen maar werken met foto's, voorwerpen.
De spreekvaardigheid blijft primordiaal voor een snelle integratie in onze Vlaamse/West-Vlaamse maatschappij. Maar cursisten moeten ook leren luisteren, lezen en schrijven. Niet onbelangrijk is verder het verwerven van een goed inzicht in de sociale en culturele aspecten van de voor hen nieuwe leefgemeenschap.
Toch moeten we realistisch blijven op het vlak van de uiteindelijke productiviteit van de cursisten NT2. Er moet rekening worden gehouden met ieders eigen capaciteiten, voorkennis, leeftijd, culturele achtergrond. Enkel echte talenknobbels slagen erin om woorden en grammaticale constructies na een éénmalige studie correct en vlot te gebruiken.
Tenslotte valt of staat een goede les/leergang met het enthousiasme van de leerkracht. Enthousiasme gecombineerd met een goede didactiek en methodiek maakt het voor de cursist zo veel interessanter en stimuleert hem tot een levenslang leren.
SNT-visie op huishoudelijk onderwijs
Koken en mode vallen binnen ons CVO onder de noemer "huishoudelijk onderwijs" en dat is ook wat we willen uitstralen: huishoudelijk, huiselijk, zonder ook maar één ogenblik de doelstellingen te vergeten. In een losse, aangename sfeer willen we jong en oud samenbrengen om hen lekkere gerechten, eigentijdse kleren of modieuze juwelen met persoonlijke toets te leren maken.
Onze aanpak zorgt ervoor dat iedereen zich welkom voelt en dat iedereen het gevoel krijgt dat ze het kunnen, zelfs als dit hun eerste stappen zijn in de cursus. Zo worden bv. de cursisten in de kooklessen ingedeeld in groepjes, zodat ze - indien ze niet allemaal over dezelfde voorkennis beschikken - worden meegetroond in het gebeuren en kunnen leren van elkaar.
Hoewel we te allen tijde de doelstellingen in het oog houden, staan we ook open voor nieuwe trends of technieken, volgen we de mode of de actualiteit en luisteren we naar de vragen en noden van de cursist. Daarom richten we ook cursussen zoals "retouches/hersteltechnieken" in. Terwijl men vroeger een hele cursussenreeks moest doorlopen om alle nodige technieken te zien, begrijpen we dat heel wat cursisten tegenwoordig liever de nodige basis in een kortere lessenreeks willen leren zodat ze thuis onmiddellijk aan de slag kunnen. Velen willen wel een cursus volgen, maar het moet ook nog in hun drukke beroeps- en sociale leven kunnen worden ingepast. Toch zijn deze specifieke modules niet te onderschatten. Kwaliteit gaat boven alles en er wordt steeds een stevige basis gelegd voor wie toch verder wil.
Ook in de kookles hanteren we dezelfde principes. Door een ruime verscheidenheid aan technieken, ingrediënten en gerechten aan te bieden, waarbij we oog hebben voor hedendaagse trends of wereldse invloeden, zorgen we voor een goede basis en laten we cursisten kennismaken met culinaire nieuwigheden, zonder dat die overheersen of we hen het gevoel te geven dat die enkel voor professionele keukens bestemd zijn. Indien nodig zoekt de leerkracht naar een “huishoudelijk” alternatief voor professionele machines zodat dergelijke trends haalbaar worden voor de doorsneecursist/doorsneehuismoeder en -vader.
SNT-visie op bedrijfsbeheer
Een eigen zaak uitbouwen is de droom van menig cursist, maar de praktijk leert dat het heel wat werk en inzicht vereist. Heel wat mensen hebben tijdens hun studies aan een secundaire of hogeschool een basis economie en boekhouden gekregen, maar velen ook niet. Toch moeten ook die laatsten de kans krijgen hun droom na te jagen en een eigen zaak op te starten. Daarom proberen we de cursus open te stellen voor iedereen, ongeacht leeftijd, studies of diploma's. In een open en ongedwongen sfeer worden economische principes en boekhoudkundige regels duidelijk maar toch zo eenvoudig mogelijk uitgelegd. Bedrijfsbeheer wordt toegankelijk voor iedereen en wie slaagt, behaalt het getuigschrift dat je de kans geeft je als zelfstandige te vestigen. Het is geenszins de bedoeling, noch vanuit het opleidingsprofiel, noch vanuit ons centrum om alle zakelijke en boekhoudkundige principes uit te leggen - daar bestaan immers voldoende professionele instanties voor - maar elkeen een degelijke basis te bieden en de tools aan te reiken om met een beter inzicht verdere informatie en zakelijk advies te kunnen inwinnen.
Het SNT-team
20/04/2012